Veranderen doe je zo?

caterpillar-1209834_1920

Een aantal jaar geleden begon ik aan een adviestraject. Mijn opdrachtgever gaf in zijn introductie mee dat de organisatie op papier blauw was maar dat het een emotionele organisatie is. In twee pennenstreken een schets van de cultuur van het bedrijf. Het ligt aan de cultuur hoor je vaak een bestuurder of een manager zeggen. Het is hetzelfde jargon van een trainer die oproept tot passie en beleving. Niet de individuele competentie, niet de manier van samenwerken, de spelvorm en de opstelling maar het minder grijpbare passie. Cultuur is zo’n prachtig jeukwoord uit veel verandertrajecten. We moeten de cultuur van besluitvorming doorlichten want die is de oorzaken van gebrek aan transparantie en gebrek aan sturing. De cultuur waarin de top van de organisatie opereert verhindert snel reageren naar de markt. Elke verandering loopt stuk op een cultuur van niet willende medewerkers en / of teamleiders. Hoe mooi is het wanneer we over cultuur van een groep of zelfs een proces gaan praten. Het is voor iedereen duidelijk maar daarmee tegelijkertijd niet goed grijpbaar. En als verandertraject mislukt hebben we meteen de redenen al voor de hand.

De hele wereld praat over veranderen. Vaak met grote woorden als digitale transformatie, business transformatie of ‘corporate’ agility. Maar stap een wat grotere organisatie binnen met iets meer historie dan de gemiddelde start up of young company van tegenwoordig en je ontmoet heel veel mensen die in ieder geval reorganisatiemoe zijn. Die bij elke nieuwe manager – steeds vaker binnen de twee jaar – zich geconfronteerd zien met weer een nieuwe reorganisatie of weer een nieuwe van buiten geïmporteerde hype, terwijl de vorige nog nauwelijks is geland. En natuurlijk maken we gebruik van de inzichten die vele Nederlandse en Internationale goeroe’s al jaren in boeken, papers, ted talks en presentaties naar voren brengen. En passen ze toe met vaak maar beperkt succes. In een recente interview stelde een van de Nederlandse voortrekkers – Steven ten Have  nog dat het begeleiden van verandertraject geen universele aanpakken kent. Wat werkt bij het ene bedrijf, werkt nog niet bij het andere bedrijf. Door het een ultieme vorm van maatwerk te maken, maak je het ook weer zo bijzonder dat maar enkele mensen in staat zijn zo’n traject te leiden.

Zelfs de ‘veranderaars’ van deze wereld hebben geconstateerd dat we met alle ideeën die we hierover hebben verzameld, nog niet zo heel veel verder zijn gekomen. Een van de grondleggers van de veranderkunde in Nederland, Leon de Caluwe, is uiterst genuanceerd over wat bedrijven in veranderkundig opzicht wel en niet bereiken. Meer niet dan wel. En dat is misschien niet zo raar. Mensen komen pas echt in beweging wanneer ze een dwingende noodzaak ervaren. En misschien ondervinden we te weinig de noodzaak of zijn we soms gevangen in de manier waarop we naar de wereld kijken. De wat sleetse metafoor die we jaren hebben gehanteerd is die van giraffen, schapen en nijlpaarden. De giraffen, de mensen die hun nek uitsteken vormen maar een klein deel van je gemeenschap, de schapen vormen een overgrote meerderheid en de nijlpaarden een geduchte minderheid. De schapen laten zich leiden en zich langzaam een richting op bewegen. Er soms wat geblaf aan de zijkant voor nodig maar rustig in beweging komen ze. De nijlpaarden zijn onvoorspelbaar, vaak niet zichtbaar onder water, maar dodelijk voor elk initiatief zodra zij hun muil opentrekken. Deze kleine minderheid zijn vaak de focus van onze veranderinspanningen: daar gaat onze energie zich op richten. In plaats van de giraffen te mobiliseren om de schapen te gaan leiden.

Pas dus op als een manager of adviseur met een grote bagage aan veranderkundige inzichten uw organisatie binnen stapt. Toon me een aanpak die werkt en ik wil mijn ideeën hierover veranderen. Als een manager of een adviseur over de cultuur van het bedrijf begint als een de oorzaak van een of ander (bestuurlijk) probleem, zie dat als een afleidingsmechanisme om te kijken wat er nu echt speelt. Een trainer die het alleen heeft over passie brandt uiteindelijk zelf af. Veranderingen ontstaan door in spelvorm te gaan variëren.

Samenwerking ontstaat niet door erover te praten, maar door een vorm te kiezen waarin die kan ontstaan, zie daar ook de opkomst van de nieuwe organisatiemodellen. En zolang we het merendeel van de managers en medewerkers daarop niet durven te sturen houden we de spelvorm in stand. Een spits kan je trainen op doelpunten maken, een linie kan je trainen op hun verdedigende of aanvallende taak, maar uiteindelijk bepaalt de spelvorm als team je resultaat. Onderken de historie, de tradities en de samenwerkingsvormen, de verhalen, de onderliggende niet uitgesproken waarden maar neem dat niet mee als startpunt van veranderen maar als context waarin je initiatieven wilt ontplooien of laten groeien.

In de spiegel kijken: de narcistische manager

narcissus-716951_1920

Onlangs zat ik tijdens een etentje met twee ondernemers aan tafel. Mannen die hun sporen ruimschoots hadden verdiend. Het gesprek ging over van alles, zakelijke beslommeringen en serieuze aangelegenheden. Serieus werd het gesprek toen het op auto’s aan kwam. Beide heren reden in auto’s die aan hun stand verplicht waren. De betere klasse Duitse auto’s waar je op de snelweg voor opzij deinst. Hoeveel liter is die wagen nu van jou, kwam er als belangwekkende vraag. Een stevige 3 liter bak was het bescheiden antwoord: afwegingen ten aanzien van CO2 en fijnstof speelden vanzelfsprekend niet. Dat is die van mij ook, oh nee werd fijntjes toegevoegd, toch 3,5 liter. Maakten we hier spel op apenrots mee?. Ach, sprak de eerste ondernemer: die van mij is wel getuned. Een meetlat had ik niet ter beschikking anders was dat het moment geweest die op tafel te leggen.

Een ander voorval kwam ter sprake toen een recent aangetrokken interim manager een rondje langs het veld ging maken. Zoals een goede interim betaamt, ging de man erop uit om medewerkers te ontmoeten en vanzelfsprekend te horen hoe het bedrijf er nu echt voorstond. Voordat de man a raison van € 2500 per dag interim manager werd had hij als ondernemer een bedrijf gebouwd en goed verkocht. Verschillende CIO posities later had hij de eigen overtuiging dat niemand ook nog wat kon leren. Het type mens dat zijn eigen email ondertekent met een uitroepteken achter zijn naam. De man trok het land in en hield een wervelende show: als topmanager vandaag de dag moet je niet alleen inhoudelijk van alle markten thuis zijn maar ook minimaal net zo grappig als de cabaretiers die we in grote schale voorbij zien trekken. Kortom een presentatie die klonk als een klok met een hoge mate van entertainment. De wervelende show sloeg iedereen in de zaal aanwezig plat. De mensen van de werkvloer die hun vragen hadden voorbereid, zakten steeds verder weg in hun stoel. Het enige moment van interactie was het plichtmatig applaus; het is tenslotte toch je baas. Een geslaagde show met een gemiste kans.

Het zijn de bekende types met een houdbaarheidsdatum van maximaal twee jaar. Bovenop de apenrots laten zij een masculiene kanten van alle zijden bewonderen, gaan er prat op dat zij zo krachtig zijn in onderhandelen, dat zij belangen van anderen naast zich neer weten te leggen. Zonder enig besef dat er gegronde redenen zijn om voor een bepaalde structuur te kiezen, hakken zij een paar bomen om, verklaren een paar takken tot oud hout en laten het bedrijf na twee jaar zitten met noodzakelijke ingrijpen om alles wat in de tussenliggende periode is gebeurd, weer in goede banen te leiden. Ondertussen is de kwaliteit uit het bedrijf getrokken. De vraag is waarom we ons dit laten gebeuren. Heeft het dan toch maken met die uitzonderlijk dierlijke kwaliteiten waardoor we ons laten imponeren. De raad van bestuur heeft de man het mandaat gegeven: zijn staat van dienst is het boterbriefje.

Het aanstormend management heeft vaak al snel de kwaliteiten van de interim goed in de peiling, maar weet even zozeer dat een beetje meebuigen beter is dan zelf te eindigen als een omgehakte boom. Een aantal jaar geleden was er een film waarin een ontslagen anchorman een beweging begon met de kreet: ‘I am mad and I won’t take it anymore’. We bewonderen de topman in zijn ijdelheid en vergeven zijn ondeugendheid. Misschien wordt het tijd voor een kleine revolte. Maar van wie gaat de revolte komen. Niet van binnenuit maar mogelijk van buitenaf. De gemiddelde levensduur van bedrijven neemt af en nieuwe ondernemingen groeien door een andere stijl van leidinggeven dan lang de norm is geweest. Niet meer vreemde ogen maar vreemde bedrijven die dwingen.

Als spelen de nieuwe realiteit is!

Homo Ludens en gamification

king-1715560_1920

 

Er is al veel gezegd en geschreven over de snelheid waarmee PokoMon Go de wereld heeft veroverd. Het blijft mij verbazen als je voor een monumentale kerk ergens in Italiaanse stad staat en je ziet volwassen mensen meer oog hebben voor de ‘augmented reality’ van Pokemon Go dan de visuele realiteit waar zij zich bevinden. Tegelijkertijd heeft het spel hen misschien wel op plekken gebracht die zij anders nooit zouden hebben bezocht. En toch als je er iets langer over nadenkt dan is deze verbazing misschien wel niet terecht. Als we even wat verder terugdenken dan komt Johan Huizinga’s homo ludens in beeld. De homo ludens stelde Huizinga naast de homo sapiens (denkend) en de homo faber (makend). Huizinga zag het spel als een belangrijke zoniet noodzakelijke voorwaarde in het voortbrengen van de samenleving en de cultuur. De mens is vooral een spelend wezen. En het spel is niet iets wat geïsoleerd staat en voorbehouden is aan de vrije tijd maar kenmerkt de mensen in zijn gedrag in alle geledingen van de samenleving.

Voor het spel en het spelen in de zakelijke context is de laatste jaren een grote aandacht ontstaan. In het bedrijfsleven staat dit bekend onder de noemer gamification en serious gaming. Gamification speelt in een belangrijke rol in wat Salim Ismail de exponentiele organisatie noemt. Salim Ismail verwijst dan vooral naar een opkomende generatie van jongeren die tegen de tijd dat ze 21 zijn evenveel uren aan (online) game hebben besteed als aan onderwijs. Wereldwijd besteden meer  700 miljoen mensen tijd aan het spelen van (online) games en een bekend spel als World of Warcraft had op zijn hoogtepunt in 2010 10 miljoen deelnemers.  

Bij gamification en serious gaming gaat het om wat anders: de essentie ligt hierin dat spel en spelen bewust worden toegepast om bepaalde doeleinden te bereiken. Ismail noemt daarvoor voorbeelden zoals Eyewire  (http://eyewire.org), Malariaspot (http://malariaspot.org) en GalaxyZoo https://www.galaxyzoo.org als voorbeelden waarbij een wereldwijde community ontstaan die door middel van een spelvorm bijdragen aan onderzoek of het identificeren van malaria. Naast het mobiliseren van mensen is gamification een middel dat kan worden ingezet bij het aannemen van mensen of om eigen werkwijze en / of cultuur te verbeteren. Ismail noemt het voorbeeld van Pep Boys waarbij gamification voor een middel is om het leren binnen het bedrijf te vergroten om het aantal veiligheidsincidenten binnen een bedrijf te verminderen. Zie ook onderstaand artikel.

http://www.learningsolutionsmag.com/articles/1206/the-gamification-of-retail-safety-and-loss-prevention-training

Gamification sluit aan op een trend waarin mensen spelenderwijs leren. Het toepassen daarvan verloopt lang niet altijd goed. Naast voorbeelden van succesvolle toepassingen zijn er ook voorbeelden van hoe het vooral niet moet. Zeker als het een middel is waarbij monitoring, macht en onvrijwilligheid aan de orde zijn draagt gamification niet altijd bij. Daarnaast wijst Gartner erop dat veel serieuze spellen slecht zijn ontworpen en daardoor niet leiden tot resultaten.

https://www.frankwatching.com/archive/2015/02/03/gamification-8-voorbeelden-van-hoe-het-vooral-niet-moet/

Gamification zoals bedrijven die toepassen sluiten vooral aan op de homo faber, de makende mens. Ze zijn vooral bedoeld om mensen in hun werk te laten leren: geen plezier op bevel maar door plezier de randvoorwaarden voor leren en ontwikkelen verbeteren. En het sluit aan op de spelende mens. We doen Johan Huizinga tekort door zijn ruim 200 pagina’s tellende verhandeling terug te brengen tot dat ene begrip: homo ludens. Voor Huizinga was het spel-element een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van een cultuur. Naar einde van zijn essay parafraseert hij “In de plaats van het oude Alles is ijdelheid, schijnt zich dan wellicht met ietwat positiever klank een: Alles is spel te willen schuiven. Het lijkt goed-koope beeldspraak, louter een onmacht van den geest. Toch is het de wijsheid, waartoe Plato gekomen was, toen hij den mensch een speeltuig der goden noemde.” En als speeltuig van de goden “Dus moet hij, dien aard volgende en de schoonste spelen spelende, het leven doorbrengen, juist omgekeerd gezind dan nu”.

Daar waar start ups, snel groeiende bedrijven en staande organisatie gamification nu omarmen als een van de middelen om eigen medewerkers te trainen, klanten te binden of mensen steeds verder in de armen van een nieuw platform of netwerk te trekken, zien we dat spel en spelen steeds verder in onze samenleving doordringen. De vormen zijn nieuw maar deze trend heeft onmiskenbaar al lang ingezet. De homo faber nauw verbonden met de homo ludens, en nog heel even het gevoel van sapiens.

 

De regenboogtheorie van organiseren

rainbow-436171_1920

Onlangs kreeg ik een korte introductie op de methodiek van management drives. Het was niet de eerste keer dat ik hier mee te maken kreeg. Mensen overleven dankzij categoriseren. Ben je voor of tegen een Brexit, ben je voor of tegen een associatieverdrag. Was je grootvader goed of fout in de oorlog? Tweedelingen zijn nog relatief simpel en gespeend van enige nuance. Het binaire denken als maatschappelijk fenomeen. Alles wat we nodig hebben is een munt om goede beslissingen te nemen: kop of munt, wee de beslisser die de munt op de zijkant doe landen, waar ooit nog God zij met Ons stond gegraveerd. Als het er nog zou staan zouden we niet weten wat daar de bedoeling van is. Maar goed, ik dwaal enigszins af.

Management drives omvat zes categorieën die worden aangeven met een kleur. Die kleur zegt iets over jouw voorkeurstijl in de sociale interactie (jouw gedrag). Het laat ruimte voor verschillende kleurvarianten en geeft ook aan dat in een bepaalde context een bepaald type gedrag meer of minder de boventoon voert. Naast de onderkenning van de eigen kleur, ligt de kunst in de herkenning van de kleur van de ander, want als jezelf erg geel bent kan paars weleens in je allergie liggen. Doel van management drijfveren is vooral handvatten te bieden om samenwerking te vergroten. Bij elke kleur hoort naast positief gedrag ook negatief gedrag.

De introductie op management drijfveren stimuleerde bij mij onmiddellijk mijn lichtelijk dominante gele kleur. Niet het cynische maar vooral het analyserende, het willen begrijpen. Oftewel zoeken naar een achterliggende vraag: als we een kleurschakering hebben voor managementdrijfveren wat zijn dan de overeenkomsten en verschillende met andere kleur geïnspireerde theorieën, zoals die rondom de veranderkracht van de Caluwe en natuurlijk de zes hoeden van De Bono vooral geënt op. Drukken hun kleurenpalet dezelfde waarden uit of is blauw niet altijd blauw en kan dat soms ook meer wit zijn?

Geen diepgravende studie op metaniveau maar om een eerste gevoel te geven zien we evenveel overeenkomsten als verschillen. Onderstaande tabel geeft een wat grofmazige indruk.

kleuren

Eigenlijk lijken op maar twee kleuren een behoorlijke mate van overeenstemming: blauw heeft bij de verschillende auteurs een sterke associatie met beheersing.  Processen, plannen, duidelijkheid zijn typeringen die terugkomen. Blauw wordt geassocieerd met blauwdruk, de kleur waarin oorsponkelijk architectuurontwerpen werden afgedrukt. Bij groen ligt er met name een vergelijkbare interpretatie tussen drijfveren en veranderkracht. Het leren, groeien en ook samen delen komt daarin sterk terug. De Caluwe maakt hier de verbinding met de natuur. Wit en zwart vallen dikwijls buiten het kleurenspectrum. De associatie van wit met een onbeschreven blad heeft mogelijk bij de Caluwe overwogen – alles is nog mogelijk, waar die bij de Bono een andere invulling krijgt: hier gaat het juist om het al beschreven blad: welke data en informatie is er nodig om tot een goede afweging te komen. Rood representeert zowel warmte als moed. De Caluwe legt het verband met bloed: verleiding, beïnvloeding en verlokking. In de managementdrijfveren gaat het hier juist om macht en daadkracht.

Opvallend is dat de intuïtieve associatie met geel als kleur van licht, luister, glorie en afgunst bij de Bono voor het zonnige optimistische benadrukt en bij De Caluwe de zon juist ziet als symbool van macht maar ook van broedprocessen.  In het kleurenspectrum van de management drijfveren is geel veel meer gericht op creativiteit en vrijheid, de groene component bij de Bono. Oranje is een kleur die we meestal associëren met warmte, rijkdom en erotiek. In de theorie van de management drijfveren is het juist een kleur die zich richt op vooruitgang, resultaten en prestaties. Voor de Bono representeren de kleuren denkrichtingen die we als individu kunnen aannemen. Het zijn hoeden die we kunnen opzetten al naar gelang de situatie erom vraagt of bewust opzetten in een aantal rondes om gedachte- en besluitvorming tot een hoger niveau te brengen.

De vergelijking tussen deze drie kleurencategoriseringen lijken natuurlijk vooral op een appel, peer en sinasappel vergelijking. De verschillen zijn groot en uit de vergelijking valt niet meer af te leiden dan dat het in alle gevallen om fruit gaat. Het is de vraag of de auteurs bewust voor deze kleurschakering hebben gekozen of dat zoon of dochterlief vader heeft mogen helpen met het werk. De Caluwe geeft aan dat hij een bewust keuze heeft gemaakt voor primaire kleuren en de ‘kleur’ wit waarin alles samenkomt. Expliciet verbonden aan het woord druk.

Er is veel onderzoek gedaan naar de betekenis van kleuren en dat ook zeker in relatie met taal. Uit onderzoek van Berlin en Kay blijkt overigens dat de kleuren wit, zwart, rood, geel, groen en blauw tot de zes primaire kleuren behoren die in taal worden benoemd. Maar niet iedere taal heeft voor iedere kleur een woord. Buiten wit en zwart zijn het kleuren die we terugzien in de regenboog waar verschillende landen en culturen duiding aangeven. Maar hoe noemden we in Nederland roze voordat we het woord uit Frankrijk importeerden. Die vragen laat ik graag aan taalonderzoekers en cultureel antropologen.

Maar terug naar de categorisering in kleur vertaald naar individuele drijfveren, hoeden en organisaties. Voor De Bono zijn het tijdelijke posities die we innemen om besluitvorming te verbeteren. Voor De Caluwe en de drijfveren zijn het typeringen. Niet als ultieme classificatie want iedere persoon heeft wel iets van meerdere kleuren met een of twee dominante varianten. En zeker grote organisaties laten zich niet gemakkelijk vangen in een classificatie, anders dan dat ze van veel kleuren wel iets hebben. Bega niet de fout de kleuren te mengen want dan houden we anders dan bij de regenboog niet wit over maar vooral iets onbestemds.  Misschien dat daarom veranderen en verandermanagement succesvoller is als vak om over te praten dan in de toepassing: zolang we organisaties niet bezien als regenboog met vloeiende kleurovergangen of kleurenrijk zullen we zeker in verandertrajecten geen succes behalen. Zoals ieder praktiserend manager en / of adviseur heeft ervaren vragen veranderingen een breed kleurenpalet waarbij je ook zelf moet kunnen schakelen tussen dominant, neven- en soms onderliggend. En wie weet wat we dan aan het einde van de regenboog vinden.